Etiquette van het lezen en omgaan met de Quran – Imam Al-Qurtubi [d. 671 AH]

Islamic_Wallpaper_Quran_002-1366x768

Het behoort tot de onschendbaarheid van de Quran:

  1. deze niet aan te raken of te reciteren tenzij in een staat van rituele reinheid (wudu);
  2. de tanden te poetsen met een siwak, etensresten te verwijderen tussen de tanden en de mond te verfrissen vooraf aan het reciteren, aangezien het de weg is waarlangs de Quran gaat;
  3. rechtop te zitten indien niet in gebed en niet achterover te leunen;
  4. zich zo te kleden voor het reciteren alsof men van plan is een prins te bezoeken, want de reciteur is bezig met een intiem gesprek;
  5. zich te wenden tot de richting van het gebed (qibla) voor het reciteren;
  6. de mond te spoelen met water bij het ophoesten van slijm;
  7. het reciteren te stoppen als men gaapt, want tijdens het reciteren richt men zich tot zijn Heer in een intiem gesprek en gapen is van de duivel;
  8. toevlucht te zoeken bij Allah van de vervloekte duivel en de Basmalah te zeggen aan het begin van de recitatie zowel bij aanvang van de eerste surah als een ander gedeelte waar men is gebleven;
  9. eenmaal begonnen met reciteren dit niet te onderbreken met menselijke interactie/gesprekken tenzij absoluut noodzakelijk;
  10. alleen te zijn tijdens het reciteren zodat niemand je onderbreekt en je gedwongen wordt de woorden van de Quran te mengen met het antwoorden want dit doet de effectiviteit teniet van het toevlucht zoeken bij Allah van de duivel aan het begin;
  11. de Quran ontspannen en zonder haast te reciteren en elke letter duidelijk uit te spreken;
  12. je verstand erbij te gebruiken om te bevatten wat er wordt gezegd tegen je;
  13. te pauzeren bij verzen waarbij Allahs gunst wordt beloofd en te verlangen naar Allah de Allerhoogste en om Zijn genade te vragen. Zo ook te pauzeren en te vragen om gered te worden bij verzen die waarschuwen voor Zijn bestraffing;
  14. te pauzeren omwille van voorbijgegane volkeren en individuen om te leren van hun voorbeeld;
  15. de betekenissen van de ongebruikelijke woorden erin te achterhalen;
  16. elke letter zijn recht geven door het duidelijk en volledig uitspreken van elk woord, want elke uitgesproken letter telt als een goede daad;
  17. als je klaar bent met reciteren te getuigen van de waarheid van jouw Heer en dat Zijn boodschapper ﷺ de boodschap heeft overgebracht en hiervan te getuigen door te zeggen: ‘Onze Heer, U heeft de waarheid gesproken, Uw boodschappers hebben hun boodschap overgebracht en getuigd hiervan. O Allah, doe ons behoren tot hen die getuigen van de waarheid en die rechtvaardig handelen’, waarna je smeekbedes verricht;
  18. de hele surah te reciteren in plaats van bepaalde verzen van elke surah te reciteren;
  19. de Quran niet open te laten als je deze opzij legt;
  20. geen andere boeken op de Quran te plaatsen, deze ook altijd hoger te plaatsen dan alle andere boeken, ongeacht of het boeken over de Islamitische Wetenschappen betreft of iets anders;
  21. de Quran op je schoot of op iets voor je te plaatsen bij het lezen en niet op de grond;
  22. de woorden niet van een schrijfplank te wissen met speeksel, maar met water. En als je het wegwast met water, dit water niet plaatsen waar onreine substanties zijn (najasah) of waar mensen lopen. Zulk water heeft zijn eigen onschendbaarheid en er waren mensen onder de moslims voor ons die water dat Quran heeft weggewassen gebruikten om ziektes te genezen;
  23. geen blaadjes te gebruiken waar het op geschreven staat, wat erg onbeleefd is, maar de Quran eerst te wissen met water;
  24. geen dag voorbij te laten gaan zonder op zijn minst één keer naar de bladzijden van de Quran te hebben gekeken;
  25. je ogen hun aandeel te geven door ernaar te kijken, want de ogen leiden naar de ziel (nafs) terwijl er een sluier is tussen het hart en de ziel en de Quran is in het hart;
  26. de Quran niet nonchalant te citeren bij alledaagse gebeurtenissen, zoals het zeggen van: “Je bent hier gekomen op basis van een decreet, O Mozes” [Quran 69:24] als iemand is gekomen en dergelijke;
  27. het niet te reciteren volgens een melodie van een lied of op de tonen van de Christenen of monniken;
  28. bij het schrijven ervan dit te doen met een duidelijk en sierlijk handschrift;
  29. het niet hardop te reciteren boven een ander die het reciteert, om het voor hem te verpesten of er een soort wedstrijd van te maken;
  30. het niet te reciteren op de markt, in winkelcentra, plaatsen van geschreeuw en lichtzinnigheid of waar dwazen zich verenigen;
  31. het niet te gebruiken als kussen of erop te leunen;
  32. er niet mee te gooien om het te overhandigen aan een ander;
  33. de Quran niet te degraderen door eraan toe te voegen wat er niet toe behoort of door het met wereldse versiersels te verfraaien of het op te schrijven in goud;
  34. het niet op de grond of op muren op te schrijven, zoals wordt gedaan in sommige nieuwe moskeeën;
  35. er geen amulet mee maken en hiermee het toilet betreden, tenzij het is ingepakt in leer, zilver of iets dergelijks want dan is het alsof het bewaard is in het hart;
  36. bij het schrijven en drinken ervan (voor genezing of een ander doel) het zeggen van Basmala bij elke ademteug en het doen van een nobele intentie, want Allah geeft naar gelang de intentie;
  37. opnieuw beginnen met het lezen ervan als je klaar bent met het lezen van de hele Quran, zodat het niet iets is wat je in de steek laat.

 [Jāmi’ li-Aḥkām al-Qur’ān of Imām Muḥammad ibn Aḥmad al-Qurṭubī (d. 637 AH)]

Vertaald en overgenomen van: Mas’ud Blog

Vertaald door: Nassira Ajarai

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *